De bodem

1 gram vruchtbare aarde bevat vele duizenden miljoenen microorganismen; wormen, bacteriën, schimmels, algen, protozoa ea. Zij zijn in de bodem de schakel in het vrijmaken en omzetten van nutriënten, en de structuurvormers  door organismen welke de grond loswoelen en zuurstofrijk maken. Ze zorgen voor de ziektewering en de bodemproductiviteit. De nutriënten, met name mineralen, komen zo vrij voor de gewassen welke energie produceren.

Dit is de basis van ons voortbestaan, de mens is niet zelf in staat anorganisch materiaal om te zetten in een organisch materiaal en op die manier energie benodigd voor leven te creëren. Bij een gezond bodemleven is er sprake van meer, diverser en diepere beworteling  door de gewassen die later achterblijven als organische stof. Zo wordt CO2 in de vorm van koolstof vastgelegd.  Naar schatting ligt er in de bovenste drie meter van de aardkorst 2,3 gigaton koolstof opgeslagen in organische stof en fossiele brandstoffen. De aarde heeft er miljoenen jaren over gedaan om deze energie vast te leggen. De mens is sinds de industriële revolutie bezig om deze deze energie in hoog tempo te verbruiken.

Gronden met gezond bodemleven hebben een beter waterbergend vermogen en zijn tevens in staat bepaalde gassen (methaan, ammoniak)  vast te leggen voordat deze vervluchtigen, door ze om te zetten in nutriënten voor gewassen zonder dat er uitspoeling plaatsvindt. Door onder andere het emissie arm aanwenden van drijfmest komt er blauwzuurgas in de bodem terechtDit gas doodt het bodemleven en het zuurstof gehalte in de bodem gaat hierdoor achteruit.

Deze achteruitgang van het bodemleven heeft verdichting van de bodem tot gevolg. In deze  zuurstofarme omgeving heeft stikstof de eigenschap te worden omgezet  naar het zeer milieubelastende broeikasgas lachgas. Bij breedwerpige aanwending van drijfmest wordt blauwzuurgas onschadelijk gemaakt door direct te binden aan luchtzuurstof.

Koolstof/stikstof C/N

Gewassen hebben koolstof én stikstof beide nodig: Koolstof als energiebron en stikstof als belangrijke bron voor de opbouw van  eiwit . Bij een overdaad aan bemesting met stikstof zullen gewassen de koolstofbron aan  spreken uit de organische stof in de bodem: Terwijl deze juist verantwoordelijk is voor de verbinding in de bodem. Hierdoor kan er bodemerosie optreden (denkt u maar aan de toenemende zandstormen in  droge periodes rondom akkerbouwgronden). Mest van goede kwaliteit en een goede verhouding organisch gebonden stikstof is dus van belang: Gerijpte mest welke de juiste koolstof/stikstof verhouding bevat dragen bij aan organische stof in de bodem  en een gezond bodemleven.

Koolstof en stikstof zijn dus onmisbaar in de processen rondom gewasteelt en in het bevorderen van bodemvruchtbaarheid en de organische stof in de bodem. De VBBM pleit voor een natuurlijk kringloop systeem welke begint in het dier en waarbij gezondmakend microleven wordt bewerkstelligd door:

  • Koeien goede, niet rottende, mest te laten produceren door een rantsoen wat eiwitarm  en structuurrijk is aan te bieden en wat de pensfermentatie optimaliseert.
  • Mest en urine in opslag te laten rijpen in plaats van te rotten (zorgen dat er zuurstof wordt toegevoegd)
  • Bodemleven te voeden met organische voeding (mest) Dit geeft een gezondere plantengroei wat resulteert in gezondere voeding voor de koe waardoor deze weer gezondere mest produceert.
  • Mest op de juiste wijze aanwenden: Met licht materiaal, bovengronds, breedwerpig, hapklare hoeveelheden en met (regen)water. Bodemleven blijft hierbij gespaard en blauwzuurgas wordt geneutraliseerd door zuurstof.

Om gezonde gewassen te kunnen produceren dient de kringloop op onze agrarische bedrijven dus gezond te zijn. Gezonde gewassen laten groeien begint letterlijk bij de basis: De bodem. In een gezond makende bedrijfskringloop wordt er gestuurd op bodemleven en voldoende organische stof in de bodem. Van essentieel belang is hierbij dat de mest waar de bodem mee wordt gevoed van goede kwaliteit is, en de juiste verhouding aan nutriënten bevat en dan is in het bijzonder de koolstof/stikstof verhouding belangrijk. Een  structuurrijk (veel koolstof) en eiwitarm (weinig stikstof) rantsoen voor de koe bevordert deze verhouding. Het bodemleven is van groot belang omdat zij de nutriënten dienen om te zetten en opneembaar te maken voor de gewassen.

Er zijn diverse zaken die een negatief effect kunnen hebben op de natuurlijke bodemvruchtbaarheid, organische stof en bodemleven:

  • Het strooien van kunstmest (of overmatige gift van stikstof)
  • Het verdichten van de bodem (bijvoorbeeld door zware machines of door een afname aan organische stof in de bodem)
  • De wijze van aanwenden van de mest
  • Het moment van aanwenden van de mest

VBBM

In de jaren 80 signaleert een groep agrarisch ondernemers dat er een verkeerde tendens is betreffende bodemvruchtbaarheid en organische stof gehalte. Door de bouw van loopstallen kwamen urine en vaste mest bij elkaar terecht, wat de samenstelling van de uit te rijden mest veranderde. Een toenemende gift van oa kunstmest bleek nodig om dezelfde opbrengsten van percelen te kunnen oogsten: In plaats van opbouw aan land, plegen we roofbouw op ‘t land.  (Vereniging tot behoud van Boer en milieu VBBM)

Verantwoord bodemgebruik

2015 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationale Jaar
van de Bodem. Aandacht vragen voor de bodem is zinvol omdat we er als
mensen sterk afhankelijk van zijn. De bodem is het fundament van ons
bestaan, namelijk de basis van onze voedselvoorziening. Vrijwel al ons
voedsel – visserijproducten zijn de grote uitzondering – komt direct of
indirect, via dierlijk voedsel, van de bodem. Landbouwgronden beslaan
een paar miljard hectare en maken hiermee verreweg het grootste deel
van het bodemgebruik op aarde uit.

De bodem is een complex ecosysteem van micro-organismen en plantaardig
en dierlijk leven. Het gaat om schimmels, bacteriën, insecten, wormen
en geleedpotigen die zorgen voor de afbraak van organisch materiaal
en voor een luchtige, water en lucht absorberende, bodem. Dit ecosysteem
bevat alle voedingsstoffen die mensen en dieren nodig hebben.
Alleen planten met wortels kunnen ze uit de bodem opnemen. Daarom is
de mens genoodzaakt landbouwgewassen te telen.

De bodem is maar een uiterst dun schilletje rond de aardkorst. We moeten er heel zuinig op zijn want de vitaliteit van het bodemleven beïnvloedt direct de beschikbaarheid en de kwaliteit van ons voedsel. Platform ABC wil zich inzetten voor het tot stand brengen van een ecologisch verantwoorde en dus duurzame landbouwsector. Boeren moeten de bodem goed verzorgen, zodat deze optimaal kan bijdragen aan de voedselzekerheid en –veiligheid, wereldwijd.

Bedreigingen bodemvruchtbaarheid

Tegen de achtergrond van een verwachte bevolkingsgroei in de wereld
van 7 miljard in 2012 naar 9 of 10 miljard in 2050, is landbouwgrond
schaars. Er is er nog maar weinig ongebruikt land over dat geschikt is om
in cultuur te brengen. Daarnaast is er verlies aan landbouwgrond door
verstedelijking en gaat land teloor door uitputting.

Volgens National Geographic van december 2015 is het areaal landbouwgrond
in de wereld de laatste 50 jaar met meer dan 35% verminderd. En
verder neemt de vruchtbaarheid van bestaande landbouwgrond af doordat
de landbouwsector er niet altijd verantwoord mee omgaat. Een
belangrijke oorzaak is specialisatie en intensivering.

De moderne landbouw is doorgeschoten in het streven naar maximalisering
van de opbrengst per hectare en per dier. Dit is in sterke mate te
wijten aan het huidige beleid van open markten dat de boer dwingt tot
verlaging van de productiekosten. De sector is teveel ingericht
volgens de principes van een industrieel bedrijf dat alle productieprocessen
wil beheersen. Van samenwerken en meebewegen met de
natuur is de landbouw teveel verworden tot beheersing van of strijd
tegen de natuur.

Zware machines veroorzaken verdichting van de bodem en structuurverval.
Dit vermindert de capaciteit van de bodem om water vast te
houden of door te laten. Bovendien worden voedingsstoffen en organisch
materiaal die met de oogst aan de bodem worden onttrokken niet of
onvoldoende aangevuld. Toevoeging van kunstmest kan de mineralenbalans
in de bodem enigermate herstellen maar soms ook verstoren,
evenals het geval is met een overdosering van dierlijke mest die rijk is
aan mineralen.

Voor een werkelijk duurzaam bodemgebruik zijn gesloten kringlopen van
mineralen en organisch materiaal noodzakelijk. In de praktijk echter is
dit ideaal nauwelijks haalbaar. De intensivering van de veehouderij gaat
in Nederland bovendien gepaard met grootschalige import van veevoer
uit andere werelddelen. Dit zorgt hier voor problematische mestoverschotten
en daar juist voor mineralentekorten die weer aangevuld
moeten worden met kunstmest.

De teelt van veevoer en agrobrandstoffen concurreert daar bovendien om
schaarse landbouwgrond met de teelt van voedsel voor de plaatselijke
bevolking. Om de kringlopen te sluiten zou de mest weer terug moeten
naar het land waar het veevoer van af komt, maar dat is niet uitvoerbaar.
Veel beter is het om kringlopen op regionale schaal te sluiten door
veevoer regionaal te verbouwen. Dit is mogelijk door niet meer vee te
houden dan waarvoor in een bepaalde regio voer beschikbaar is.
Het andere punt betreft het ontbreken van een evenwichtige vruchtwisseling
vanuit marktoverwegingen van de boer. Ook dit kan verlies aan
mineralen en aan organische stof alsmede structuurverval van de bodem
tot gevolg hebben. Hierbij komen nog de negatieve gevolgen voor de
biodiversiteit in en op de bodem, verergerd door de werking van gewasbeschermingsmiddelen.

Vrijhandel ondermijnt het boerenbedrijf

Binnen bestaande productiesystemen wordt landbouwgrond vaak niet op
een duurzame manier beheerd. Een belangrijke verklaring hiervoor is te
vinden in de slechte economische omstandigheden waarin het boerenbedrijf
verkeert. De prijzen af-boerderij van veel landbouwproducten
staan vandaag meer dan ooit onder druk. Tegelijkertijd hebben boeren te
maken met stijgende prijzen van bedrijfsinputs/productiemiddelen. Het
gevolg is sterk wisselende en trendmatig dalende boereninkomens.
Boeren zien zich genoodzaakt tot het uiterste te gaan om hun productiekosten
te verlagen. Dit heeft een race tot gevolg van innoveren, investeren
en uitbreiden om een zo laag mogelijke kostprijs per eenheid
product te realiseren. Critici van het industriële landbouwmodel gebruiken
het beeld van een tredmolen: Door steeds harder te gaan lopen denkt
de boerenondernemer zijn productie zodanig te vergroten dat hij kan
overleven, maar door prijsdalingen ziet hij de geldopbrengst van die
stijgende output spoedig weer verdampen.

Boeren zijn dus in een ware overlevingsstrijd gewikkeld. Dit vindt zijn
verklaring vooral in het marktbeleid in de landbouw gedurende de afgelopen
twee decennia. De wereldhandelsovereenkomsten in het kader van
de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn bedoeld om stapsgewijs belemmeringen
in de internationale handel weg te nemen. Aanvankelijk waren
landbouwmarkten hiervan uitgezonderd, maar vanaf begin jaren negentig
werd liberalisering van de handel ook op de landbouwsector van
toepassing verklaard.

Brussel zag zich onder internationale, vooral Amerikaanse, druk genoodzaakt
de productiesubsidies en prijsgaranties te vervangen door inkomenssubsidies,
wat neerkwam op een geleidelijke daling van landbouwprijzen.
Zo werden vanaf 1992 de garantieprijzen voor granen drastisch
verlaagd in ruil voor inkomenssubsidies. In 2003 volgde de melk en in
2006 de suiker. Ook andere landbouw-prijzen ondergingen een structurele
daling, terwijl bovendien sterke prijsfluctuaties optraden.
Internationale vrijhandel betekent dat landbouwprijzen zullen tenderen
naar het laagst mogelijke peil in de wereld. En zodra er overschotten
ontstaan, zijn de laagste prijzen op de wereldmarkt leidend. Feitelijk is de
wereldmarkt voor landbouwproducten in veel gevallen een restmarkt
waar producten onder de kostprijs worden verhandeld.

Dit vindt plaats in een wereld waarin de productieomstandigheden en
dus de productiekosten sterk verschillen. Door haar hoge kostenniveau
behoort Europa wat betreft de landbouw niet tot de landen die kunnen
concurreren op prijs. Dit verklaart waarom de EU en andere rijke landen nog steeds hun boeren ondersteunen, zij het op een verkapte manier,
namelijk door bedrijfstoeslagen.

Verder heeft de EU, eveneens binnen de vrijhandelsafspraken van de
WTO en onder druk van de VS, eerst de importheffingen op soja en
maïsmeel afgeschaft, en daarna ook de productiesubsidies voor de teelt
van plantaardig eiwit en olie. Deze maatregelen hebben de teelt van
belangrijke voedergewassen in Europa vrijwel onmogelijk gemaakt en
bijgedragen aan de grote afhankelijkheid van de import van soja en ander
veevoer. Hiermee werd te gelijkertijd een enorm overschot aan mineralen
geïmporteerd. Van sluitende kringlopen van mineralen in de landbouw
kan sindsdien geen sprake zijn.

Hoe een duurzaam gebruik van de bodem te verzekeren?

Platform ABC is blij met de toenemende belangstelling voor de bodemkwaliteit
in de samenleving en onder boeren. Wat is er nodig om een
duurzaam gebruik van bodems te verzekeren? De landbouwsector dient
de natuurlijke biologische en organische processen in lucht, water en
vooral in de bodem meer te respecteren en zo mogelijk te ondersteunen
en daarbij uit te gaan van de lange termijn.

In de dominante gangbare landbouw echter is het gebruik van natuurvreemde
chemie en kunstmest vooralsnog onmisbaar. Wel wordt er
volop geëxperimenteerd met alternatieven. Met een verantwoorde en
intelligente inzet van gewasbescherming en kunstmest kan de sector
duurzamer met de bodem omgaan dan nu vaak het geval is.
Het vruchtbaar maken en houden van de aarde vereist een focus die
behalve biologisch ook regionaal van aard is. Het komt er op aan de
kringlopen van koolstof en mineralen beter te sluiten en de veeteelt af te
stemmen op de regionale mogelijkheden. Hierbij past geen intensieve
veeteelt met import van veevoer, maar vee in dienst van de bodem ter
plaatse, zodat de stalmest kan worden ingezet voor de bodemvruchtbaarheid.
Wanneer we deze kringlopen weten te ontwikkelen tot positieve spiralen,
kunnen ook geërodeerde en uitgeputte bodems weer vruchtbaar worden.
Een landbouw waarin niet het ontnemen maar het geven aan de bodem
uitgangspunt is, kan voldoende gezond voedsel opleveren.

Organische stof

Steeds meer wordt het belang van organische stof onderkend voor het
goed functioneren van de bodem ten behoeve van de teelt van gewassen.
In een bodem met veel organische stof ontwikkelt zich meer bodemleven
en biodiversiteit, ontstaat een betere, lossere structuur, en krijgen ziektekiemen
minder kans. Organische stof maakt de plant weerbaarder, het
wortelstelsel kan zich beter ontwikkelen en uit diepere lagen water en
mineralen opnemen.

In grond met veel organische stof worden mineralen beter vastgelegd. Dit
vermindert de kans op uit- of afspoelen van mineralen in hoge mate. Er
ontstaat ook een sponswerking waarbij overtollig water beter wordt
opgenomen en er in droge periodes een betere capillaire opstijging van
water plaatsvindt. Gewassen hebben dus minder last van natte of juist
droge omstandigheden en beregening hoeft minder vaak plaats te vinden.
Verhoging van het organische stofgehalte in de bodem is ook nog een van
de belangrijkste maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan.
Enorme hoeveelheden C (Koolstof) kunnen in de bodem worden vastgelegd.
Dit vermindert het CO2-gehalte in de atmosfeer. GRAIN en Via
Campesina hebben berekend dat door verhoging van de organische stof
met 60 ton per hectare in 50 jaar zelfs twee derde van alle mondiale
broeikasgassen kunnen worden opgeslagen. Hierdoor wordt de uitstoot
aan broeikasgassen met 20 tot 35% verminderd.

Opbouw van organische stof in de bodem vergt echter wel een traject van
vele jaren. Het vraagt een heel andere manier van omgaan met de grond, namelijk een ruimere vruchtwisseling, betere mest en ruime inzet van
groenbemesters. De boer moet blijvend investeren in zijn grond. Hier
stuiten we op de tegenstelling tussen overleven op korte termijn en
investeren voor de lange termijn. Ter verbetering van de bodemvruchtbaarheid
door opbouw van organische stof in de bodem moet de akkerbouwer
een langjarige vruchtwisseling met gras- of graangewassen
toepassen.

Vanwege de lage prijs van met name graan kiest hij vaak voor een kortere
vruchtwisseling en intensievere teelten die hogere prijzen opleveren
maar die de grond ook zwaarder belasten. De bottleneck voor een duurzamer
grondgebruik zit hem dus in het ontbreken van een goed landbouwbeleid
met kostendekkende opbrengstprijzen voor de boer.

Alternatief landbouwbeleid

Platform ABC ziet grote bedreigingen voor de bodemvruchtbaarheid in
Nederland en daarbuiten. Te lage prijzen van essentiële landbouwproducten
en ontbreken van de voorwaarden om plantaardige eiwitten en
oliën te verbouwen zijn de belangrijkste belemmeringen voor een duurzame
landbouw. De marktordening moet worden hervormd, wil de boer
in staat zijn te investeren in duurzaam land-gebruik. Duurzame landbouw
vereist een duurzame economie (Helen Toxopeus) die het belang dient
van aarde, natuur en mens.

Om duurzame landbouw binnen het bereik van boeren te brengen, is het
nodig het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de
hiermee samenhangende wereldhandelsovereenkomsten drastisch te
hervormen. Dat brengt ons op de noodzaak van marktordening via internationale
afspraken teneinde de boer een sterkere marktpositie te
bezorgen en de landbouwprijzen op een voor hem kostendekkend niveau
te krijgen. Aan de vrije wereldhandel moet dan ook paal en perk worden
gesteld.

Niet in de wereldmarkt maar in de productie voor lokale en regionale
markten ligt de kracht van het boerenbedrijf. Daar is het speelveld enigszins
gelijk. Invoer en uitvoer van landbouwproducten dient aan banden
te worden gelegd. Ieder land of blok van landen (de EU) teelt zoveel
mogelijk zijn eigen voedsel, zeker het basisvoedsel. Hiervoor is invoering
van het instrument van flexibele productiebeheersing nodig waarmee het
aanbod afgestemd kan worden op de vraag, landbouwover-schotten
worden tegengegaan en prijsval wordt voorkomen.

Daarnaast zijn importheffingen onmisbaar. Dit om invoer van producten
onder de Europese kostprijs tegen te houden en om – ook weer – prijsval
te voorkomen. Het instellen van importheffingen op soja zal overigens
leiden tot een welkome uitbreiding van de teelt van Europese eiwitgewassen
zoals veldbonen, voedererwten, lupine en Europese soja, wat
door de stikstofbinding heilzaam is voor de bodem.

Invoering van genoemde hervormingen maakt het mogelijk de huidige
Europese landbouwsubsidies sterk te verminderen en in te zetten voor
speciale doelen. Boeren krijgen voortaan uit de gereguleerde markten
een ‘eerlijke’, kostendekkendem prijs voor een gewild, milieuvriendelijk
product. De consument krijgt grotere voedselveiligheid en voedselzekerheid.
Aan de aldus ontstane economisch gezonde boerenbedrijven kunnen
eisen worden gesteld ten aanzien van verduurzaming. Ook biedt regulering
van de landbouwmarkten kansen om de bodemkwaliteit te verbeteren.
Bijvoorbeeld door vermindering van het kunstmestgebruik, of via
maatregelen ter verhoging van het organische stofgehalte in de bodem,
wat ook weer ten goede komt aan de opslag van broeikasgassen. Alleen
boeren die daadwerkelijk groene of blauwe diensten leveren aan de
samenleving krijgen nog een vergoeding. (bodem-visie platform ABC).

Comments are closed.